
In de schuur staat de nieuwste trekker en op het land staan de gewassen er prachtig bij. Maar vraag een willekeurige teler naar de exacte kostprijs per kilo product, en het blijft vaak angstvallig stil. Hoe kan het dat we in een sector met zulke hoge investeringen zo vaak varen op ons onderbuikgevoel in plaats van op harde cijfers?
Hier zijn de belangrijkste redenen waarom de kostprijsberekening vaak in de lade blijft liggen:
1. De “Forfaitaire” rem op inzicht
Veel telers vallen onder de forfaitaire belastingregeling. Hoewel dit administratief makkelijk is, heeft het een schaduwzijde: het dwingt je niet om je werkelijke cijfers diepgaand te verzamelen. Zonder fiscale noodzaak voelt de boekhouding vaak als ‘extra werk’ in plaats van als een stuurinstrument.
2. Angst voor de realiteit
Cijfers liegen niet, en dat is precies wat ze soms eng maakt. Als de berekening onder de streep negatief uitvalt, ontneemt dat de moed. Zeker wanneer de buurman wél die zware investering doet, kijken we liever weg van onze eigen rendementen om de passie voor het vak niet te verliezen.
3. De rol van de voorlichter
Een goede relatie is goud waard, maar het staat eerlijkheid soms in de weg. Voorlichters confronteren hun klanten liever niet met de keiharde realiteit uit angst de gunfactor — of de klant zelf — te verliezen. Hierdoor blijft de kritische dialoog over winstgevendheid vaak uit.
4. De complexiteit van de berekening
Laten we eerlijk zijn: een waterdichte kostprijs bestaat bijna niet.
-
Variabelen: De opbrengst (en dus de kostprijs per kg) is overgeleverd aan het weer.
-
Verdeling: Hoe verdeel je de afschrijving van een machine die voor vijf verschillende teelten wordt gebruikt?
-
Registratie: Er is vaak te weinig data over brandstofverbruik, onderhoud en eigen uren.
Wanneer rekentools vervolgens vragen om een waslijst aan input zonder goede standaardwaarden (min/max ranges), geven veel ondernemers het halverwege op.
5. “Ik ben teler, geen boekhouder”
De administratieve druk is al enorm. Boeren zijn ‘administratiemoe’. De passie ligt bij het telen, niet bij het Excel-bestand. Bovendien heerst de gedachte: “De kostprijs heeft toch geen invloed op de verkoopprijs.” We hebben geleerd om blind te leveren, maar nooit echt geleerd om te onderhandelen en te verkopen op basis van marge.
Advies en beleid versterken dit probleem vaak onbedoeld:
Landbouwadvies richt zich in de praktijk vooral op opbrengstverhoging, technische optimalisatie en naleving van regels,
terwijl het beleid vooral inzet op maatregelen, administratie en subsidies;
Wat daarbij zelden structureel aan bod komt, is de rendabiliteit per teelt, de fundamentele stop- of doorgaan-beslissingen en het rendement op arbeid en kapitaal, waardoor akkerbouwers en groentetelers wel voortdurend gestuurd worden op hoe ze moeten telen, maar nauwelijks op of en waarom een teelt economisch nog zinvol is.
De pijnlijke conclusie: Als we onze cijfers niet kennen, zijn we geen ondernemers maar gokkers.
Inzicht in je kostprijs is niet bedoeld om de moed te verliezen, maar om de regie terug te pakken over je eigen erf.

