
Veel ondernemers lenen onbewust privé van hun vennootschap.
Niet omdat ze dat willen, maar omdat kleine dagelijkse betalingen zich opstapelen. Een restaurantbezoek, een aankoop online of een privéfactuur die snel met de kaart van de vennootschap wordt betaald. De boekhouder boekt die uitgave terecht niet als beroepskost, maar als privébesteding. Wat veel zaakvoerders niet beseffen: zo ontstaat automatisch een schuld aan de vennootschap via de rekening-courant.
Waarom gebeurt dit zo vaak?
Omdat de betaalkaart van de vennootschap gemakkelijk beschikbaar is, omdat privé en beroepsleven bij ondernemers vaak door elkaar lopen, en omdat het effect pas zichtbaar wordt wanneer de boekhouding wordt afgesloten. Wat begint als een kleine afwijking, groeit stilaan uit tot een rekening-courantschuld die fiscaal en financieel zwaar kan doorwegen.
Het eerste nadeel is cashflow.
Die schuld moet ooit worden terugbetaald. Dat kan alleen met privémiddelen of met loon/dividend uit de vennootschap. Wie kiest voor extra zaakvoerdersloon, betaalt daar eerst sociale bijdragen en personenbelasting op. Uiteindelijk kan je dus enkel het nettobedrag gebruiken om een brutobedrag aan de vennootschap terug te storten. Dat voelt voor veel ondernemers als “twee keer betalen”.
Daarnaast speelt de fiscus een belangrijke rol.
Wanneer een bedrijfsleider geld verschuldigd is aan zijn vennootschap, ziet de fiscus dit als een lening. Betaal je geen interest op die schuld, dan wordt dit beschouwd als een voordeel alle aard: een voordeel dat je privé geniet omdat je goedkoper leent dan bij een bank. Dat voordeel is belastbaar.
Elk jaar legt de overheid een referentie-interestvoet vast om dit voordeel te berekenen.
Voor een rekening-courant zonder vaste looptijd bedraagt het belastbaar voordeel alle aard 5,57% voor inkomstenjaar 2025. Dat betekent dat de fiscus doet alsof je jaarlijks 5,57% interestvoordeel krijgt op het openstaande saldo. Dat fictieve voordeel wordt toegevoegd aan je belastbaar inkomen in de personenbelasting. In 2024 lag dat percentage nog op 6,25%, maar ook de lagere rente van 2025 blijft een reële fiscale kost.
De belangrijkste les voor kmo-ondernemers is eenvoudig:
privébetalingen met de vennootschapskaart lijken onschuldig, maar bouwen vaak ongemerkt een dure schuld op.
- Regelmatige opvolging van de rekening-courant,
- duidelijke afspraken met je boekhouder en
- een strikte scheiding tussen privé en vennootschap
blijven de beste bescherming tegen onaangename fiscale verrassingen.

