Maart is in Vlaanderen de echte start van het landbouwjaar. Wat je deze maand indient en inzaait, ligt administratief en praktisch grotendeels vast. Tegelijk is maart verraderlijk: te snel beslissen kan later flexibiliteit kosten. Dit is de maand waarin veldwerk, administratie en regelgeving samenkomen.


1. 1 maart: start verzamelaanvraag en Mestbankaangifte

Vanaf 1 maart kan je je verzamelaanvraag en Mestbankaangifte voorbereiden en indienen. Dit is ook het moment waarop je je eco-regelingen formeel vastlegt.

Wat je nu moet doen:

  • Koppel je percelen aan concrete eco-activiteiten.

  • Controleer of eco-keuzes haalbaar blijven bij slecht weer of verschuivende zaaidata.

  • Zorg dat GLB-keuzes en Mestbankgegevens inhoudelijk overeenstemmen.

Belangrijke nuance:

  • Wat je nu vastlegt, kan later nog aangepast worden, maar elke wijziging verhoogt het risico op fouten.

  • Te vroeg “dichtklikken” is vaak riskanter dan even wachten met definitieve keuzes.

Praktisch advies:

  • Werk met een voorlopige invulling per perceel.

  • Hou alternatieven achter de hand (plan B) voor percelen waar timing onzeker is.

2. 15 maart: start snoeiverbod (broedseizoen)

Vanaf 15 maart geldt in Vlaanderen het snoeiverbod voor heggen en bomen in functie van het broedseizoen.

Wat betekent dit concreet:

  • Geen snoei van houtkanten, heggen en bomen langs of op landbouwpercelen.

  • Uitzonderingen zijn beperkt en strikt geïnterpreteerd.

Typische fout:

  • “Nog snel even bijwerken” rond half maart → klassieker bij vaststellingen.

Advies:

  • Plan snoeiwerken afgerond vóór 15 maart.

  • Noteer uitgevoerde werken (datum, locatie), zeker bij landschapselementen die meetellen binnen eco-regelingen.

3. Zaaidrukte: rustgewassen en vlinderbloemigen

Zodra de bodem het toelaat, start in maart de inzaai van:

  • Zomergranen (rustgewas binnen het GLB)

  • Vlinderbloemigen zoals luzerne en klaver (stikstofbindend, ecologisch interessant)

Aandachtspunten:

  • Bodemstructuur primeert boven kalenderdatum.

  • Te vroeg zaaien op natte bodem veroorzaakt structuurschade met meerjarig effect.

  • Vlinderbloemigen vragen een doordachte plaats in het bouwplan (nawerking, stikstof, onkruiddruk).

Administratieve koppeling:

  • Wat je zaait, moet sporen met wat je opgeeft.

  • Wijzigingen in zaaiplan = mogelijk ook wijzigingen in eco-invulling.

4. Maart is geen afwerkmaand, maar een keuzemaand

Maart draait niet om alles “definitief maken”, maar om keuzes correct voorbereiden.

Slimme strategie:

  • Eerst zaaien waar de omstandigheden goed zijn.

  • Administratie laten volgen, niet omgekeerd.

  • Flexibiliteit bewaren tot je zeker bent dat het perceel doet wat je verwacht.

Wie in maart te snel vastlegt:

  • verliest speelruimte

  • verhoogt correctierisico’s

  • creëert stress richting mei

Samengevat: maart in 5 kernvragen voor auto-controle

  • Zijn mijn eco-keuzes realistisch per perceel?

  • Zijn verzamelaanvraag en Mestbankaangifte inhoudelijk consistent?

  • Heb ik snoeiwerken tijdig afgerond?

  • Zaai ik op bodemconditie, niet op kalender?

  • Heb ik per perceel een plan B?