Mei is in Vlaanderen de maand van de waarheid. Wat je nu indient, tekent en bevestigt, ligt vast voor controles en betalingen. Alles wat in februari werd gecontroleerd en in maart–april werd uitgevoerd, moet in mei administratief en technisch kloppen. Mei is geen denkmaand meer, maar een afrekenmaand.
1. 15 mei: uiterste datum voor de verzamelaanvraag
15 mei is dé sleuteldatum voor de verzamelaanvraag. Na deze datum is corrigeren moeilijker, risicovoller of financieel nadelig.
Wat absoluut in orde moet zijn:
-
Alle eco-activiteiten correct ingetekend per perceel.
-
De juiste teelten gekoppeld aan de juiste percelen.
-
Consistentie tussen verzamelaanvraag en Mestbankaangifte.
Belangrijke nuance:
-
“Het zal wel kloppen” is in mei geen strategie meer.
-
De administratie vertrekt van wat ingediend is, niet van wat je bedoelde.
Praktisch advies:
-
Dien niet op het laatste moment in.
-
Voorzie tijd om alles per perceel nog één keer na te lopen.
2. Eco-activiteiten: klopt wat je tekent met wat er ligt?
In mei kijken controles (en satellieten) naar de feitelijke toestand op het veld.
Controleer expliciet:
-
Is het kruidenrijk grasland zichtbaar ingezaaid of doorgezaaid?
-
Liggen bloemen- en akkerranden exact waar ze zijn ingetekend?
-
Zijn stikstofbindende teelten herkenbaar en voldoende ontwikkeld?
Typische fouten:
-
Eco-activiteit intekenen op een perceel waar de uitvoering afwijkt.
-
Vertrouwen op “het komt nog wel”.
-
Geen rekening houden met perceelsranden of onregelmatige vormen.
Advies:
-
Loop percelen systematisch na met de ingetekende kaart erbij.
-
Twijfel = nu oplossen, niet hopen.
3. Bufferstroken en braak: klein detail, groot risico
Bufferstroken en braakliggende percelen zijn in mei klassieke discussiepunten bij controles.
Check grondig:
-
Is de breedte van bufferstroken correct over de volledige lengte?
-
Zijn bufferstroken vrij van teelt, bemesting en gewasbescherming?
-
Zijn braakpercelen effectief braak en niet onbedoeld bewerkt?
Veelgemaakte valkuilen:
-
Onbewust te dicht ingezaaid.
-
Mechanische bewerking die als teelt kan worden geïnterpreteerd.
-
Onvoldoende duidelijke afbakening in het veld.
Belangrijk:
-
Bufferstroken en braak zijn zichtbaar en eenvoudig te controleren.
-
Fouten hier leiden vaak tot rechtzettingen of sancties.
4. Mei is geen startpunt, maar een eindcontrole
Wie in mei nog moet beginnen nadenken:
-
loopt achter de feiten aan
-
verhoogt foutkans
-
verliest rust voor de rest van het seizoen
Wie mei gebruikt als eindcheck:
-
vertrekt met een schoon dossier
-
verlaagt controlestress
-
weet waar hij staat
Samengevat: mei in 5 harde vragen
-
Is mijn verzamelaanvraag inhoudelijk en technisch correct?
-
Kloppen alle eco-activiteiten met de veldsituatie?
-
Zijn bufferstroken en braakpercelen volledig conform?
-
Zijn GLB en Mestbankgegevens consistent?
-
Kan ik mijn dossier verdedigen bij controle?

