In Vlaanderen worden vandaag tal van mestopslagkelders gesloopt bij de stopzetting van rundvee- of varkensbedrijven. Tegelijk pompt de overheid via subsidies  miljoenen euro’s in de aanleg van wateropslag op landbouwbedrijven. Wie dat beleid naast elkaar legt, stelt zich terecht de vraag: is dit geen tegenstrijdige logica?

Mestkelders zijn waardevolle waterreservoirs

Bijna elke veestal beschikt over een degelijke ondergrondse mestopslag: betonnen kelders met een inhoud van honderden tot duizenden kubieke meter. Bij sloop worden deze constructies uitgegraven of volgestort met puin. Dat kost geld, materiaal en energie. Terwijl… net diezelfde constructies perfect inzetbaar zijn als waterbuffer voor irrigatie, spoelwater, brandpreventie of druppelbevloeiing.

Een eenvoudige berekening volstaat:

Per m² dak vang je jaarlijks ±900 liter regenwater op.
Dus een staldak van 500 m² levert ±450.000 liter regenwater per jaar op.
Een kelder van 2 meter diep kan dus de regen van 2 jaar opvangen
Dat is bijna een halve miljoen liter per jaar, en de mestkelder kan die hoeveelheid vaak perfect stockeren.

Subsidiëring voor nieuwe opvang – maar hergebruik loont meer

De Vlaamse overheid voorziet via de niet-productieve investeringssteun (NPI) subsidies tot 75% voor wateropslagsystemen (zie de officiële fiche). De maatregel beoogt een betere droogteaanpak, minder captatie uit waterlopen en veerkracht bij klimaatverandering.

Maar vreemd genoeg worden bestaande ondergrondse opslagstructuren niet erkend als “hergebruikbare investering” in die regeling. Dat leidt tot een situatie waarin men een volwaardige kelder afbreekt en elders voor veel geld een nieuwe tank bouwt.

Praktische herbestemming: zo kan het

  1. Spoel en reinig de kelder na leegmaken van mest

  2. Zorg voor een aangesloten regenafvoer van het dak of erf

  3. Voorzie een overloop en pompinstallatie naar het irrigatiesysteem

  4. Bij open kelders: gebruik een afdekking of rooster voor veiligheid en verdamping

  5. Meld dit bij vergunning of overdracht van bestemming (mestopslag → wateropslag)

  6. Je bespaart de administratiekost van een VLIF aanvraag
  7. Je bespaart ruimte beslag voor de aanleg van een nieuw spaarbekken.

Bij twijfel: overleg met de gemeente of VLM – want een waterbuffer mag wel, zolang het geen risico voor milieu of veiligheid vormt.

Economisch en ecologisch slim

  • Geen sloopkosten (€5.000–€15.000 uitgespaard)

  • Geen nieuwe investering nodig voor betonnen of stalen opslagtank

  • Volledig herbruikbare infrastructuur met bewezen waterdichtheid

  • Perfect schaalbaar bij latere verbreding (bv. groententeelt, boomgaard, zorgboerderij)

Een oproep aan beleid en sector

De Vlaamse overheid wil terecht inzetten op klimaatrobuuste landbouw. Maar dan moet ze ook de logica van haar eigen maatregelen herbekijken. Waterbuffering via bestaand erfgoed is geen achterpoortje, maar een voorbeeld van circulaire landbouwinfrastructuur.

Laat ons dus niet blind afbreken wat waardevol is. Elke mestkelder die we redden, is een stap vooruit in waterbeheer.

Meer weten over wateropslag op landbouwbedrijven?

Geen tips meer missen?

Schrijf je in op de nieuwsbrief.

Je privacy is 100% gegarandeerd.