1. Sint-Jacobskruiskruid is een bedreiging voor onze bijenvolken en vlinders..
    Wie in natuurgebieden rondwandelt of rondfietst, ziet gigantisch veel Sint-Jacobskruiskruid staan. Zelf dacht ik :’Leuk voor de bijen’.
    Het is ondertussen wetenschappelijk bewezen dat dit kruid een onkruid is voor de bijenvolken.
    Beheersing van Jacobskruiskruid is het meest effectief als dit wordt gedaan vóór de bloeifase en zaadproductie. De planten kunnen worden gecontroleerd door te frezen, schoffelen en trekken, en als het vóór de zaadproductie wordt gedaan, heeft dit een effect op het aantal planten in het volgende jaar.
    Bronnen:

  2. Vossen effect op onze populatie weidevogels.
    De vossenpopulatie is al jaren gegroeid. Zolang ze ’s nachts rondliepen, hadden we er weinig erg in. Alleen onze kippen werden telkens gestolen.
    Tegenwoordig komen ze al overdag in de tuin of in het kippenhok roven wat ze kunnen.
    De weidevogelpopulatie is hierdoor ook erg verkleind.

Recente wetenschappelijke onderzoeken in Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Nederland tonen aan dat zoogdieren en in het bijzonder de vos een grote rol spelen in het opeten van de legsels en kuikens van weidevogels. In veel gebieden worden zoveel eieren en kuikens opgegeten dat populaties weidevogels daar in afzienbare tijd geheel zullen verdwijnen, tenzij er wordt ingegrepen. Ook in de beheerde weidevogelterreinen blijkt dat met de recente komst van de vos, zo’n 10 jaar geleden, het broedsucces van weidevogels sterk is afgenomen.

Bescherming van weidevogels kan via gebruik van voswerende rasters (duur en arbeidsintensief), klievallen en inloopkooie, jaarljks herhaald vossenafschot,

Bronnen:

  1. Distels blijven een probleem voor wie in de omgeving zijn brood moet verdienen.

Langs openbaar domein en natuurgebieden zien we gigantisch veel distels staan.

Landbouwers moeten nog steeds akkerdistelhaarden voorkomen door te vermijden dat de distels in bloei, tot zaadvorming of tot uitzaaiing komen. In de teeltvrije zone langs waterlopen mogen de landbouwers geen bestrijdingsmiddelen gebruiken.
In kader van goed nabuurschap is het aan de aanpalende eigenaars om te zorgen dat akkerdistels zich niet verspreiden naar de landbouwbepercelen.
Bij distelgroei op minder dan 40 m van het landbouwperceel is beheer aangewezen. De landbouwer heeft daar ook recht op. Desnoods moeet naar de vrederechter gestapt worden om een oplossing (in verzoenin  of in procedure) af te dwingen.

Bestrijding kan gemakkelijk door om ze zoveel weken alle distels op 20 cm af te maaien, zodat de zaaitoppen eraf zijn en er geen zaak kan verspreiden.

Bronnen:

Overzicht wetgeving inzake distels

Brandnetel beheer

Deel dit bericht
Share on Facebook
Facebook
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter

Geen tips meer missen?

Schrijf je daarom ook in op de nieuwsbrief.

Je privacy is 100% gegarandeerd.