1. Sta even stil waar je staat, voor je vertrekt.

Wie zoekt naar een beter leven, kijkt best even waar hij staat in het leven.

Voor land- en tuinbouwers wordt dit ‘beter’ leven niet alleen bepaald door zijn eigen situatie, maar ook door andere factoren.

  • Je onderneming kennen.
    Wie  nu overneemt of investeert, kijkt best even naar de mogelijkheden van de onderneming, waar hij zich voor wil inzetten.
  • Je houdt best rekening met het snel veranderend systeem. (privé link)
    Iedere ondernemer is met zijn onderneming een detail in een complex maatschappelijk systeem, dat snel verandert. Het is daarom ook belangrijk om even te kijken naar de maatschappelijke regels, die dit systeem hebben gevormd.

1.1. Jezelf kennen als een gelukkig mens.

Wie op zoek is naar een beter leven, wordt geconfronteerd met zichzelf als mens.

1. Wanneer we vragen aan kandidaat-ondernemers wat ze willen in hun leven, krijgen we meestal heel concrete antwoorden.

  • Melkveehouders hebben een groot bedrijf voor ogen, waar er vlot kan gewerkt worden
  • Zeugenhouders beschrijven dat ze veel mooie gezonde biggen willen produceren

De meeste toekomstbeelden zijn geïnspireerd vanuit voorbeelden om hen heen, waar ze naar opkijken en die ze op termijn willen evenaren of nog verbeteren.

2. Bij de vraag waarom ze dit willen, komt het grote woord ‘geluk’ naar boven. Deze situaties maken hen gelukkig.

3. Wanneer we vragen welke elementen van deze situaties hen gelukkig zouden maken, spreken ze over

  • Vrijheid.
    Als landbouwer of tuinbouwer ben je vrij om te doen wat je wil. In de dagdagelijkse invulling kan de ondernemer zelf kiezen hoe hij dingen aanpakt, aan welk tempo en hoeft hij geen rekening te houden met een organisatiestructuur zoals in een fabriek, waar je taken meer worden bepaald door je omgeving.
    Dit vrijheidsgevoel staat in schril contract met de regels waar boeren moeten mee rekening houden. Er zijn weinig beroepen waar ze zoveel regels worden opgelegd als de land- en tuinbouw.

    • Landbouw is zichtbaar in het maatschappelijk kader: iedereen ziet boeren in de omgeving, iedereen probeert de boer te interpreteren en heeft er een mening over.
    • Land- en tuinbouw produceert voeding:  deze voeding is voor de burger en hun kinderen dermate belangrijk dat men continu nadenkt over de kwaliteit en de veiligheid. Om deze kwaliteit en veiligheid te garanderen en omdat men op dat punt een nul-risico-tolerantie nastreeft, wordt iedere vastgestelde fout in de media opgeblazen, tot de beleidsverantwoordelijke nieuwe preventieregels opstelt.
    • Weinig mensen realiseren zich dat boeren en tuinders dagdagelijks werken met de natuurelementen, die ze al eeuwen proberen te begrijpen en voorstellen, maar waar ze als natuurbeheerder slechts beperkte invloed op hebben. Boeren en tuinders hebben altijd respect voor hun dieren en planten: de bijkomende regels zijn meestal niet noodzakelijk voor de natuur of de sector zelf, maar zijn een middel om de burger gerust te stellen.
    • Het is dan ook frappant vast te stellen dat deze eisende burger zich weinig zorgen maakt over de producent van het voedsel. Weinige kopers in de winkel stellen zich de vraag wie het voedsel heeft geproduceerd. Er is ook geen enkele bezorgdheid dat – wanneer er geen lokale producenten meer zijn – het meeste voedsel uit het buitenland moet komen. Men gaat er gewoon van uit dat het dan ook wel gecontroleerd zal zijn.
    • De distributie zegt wel degelijk bezorgd te zijn voor hun lokale producenten.
      Maar hun korte termijn doel, winst maken, is nog belangrijker: ‘Lokale producenten moeten concurreren met wereldspelers die in een ander speelveld (andere productieregels, sociale regels, milieuregels) kunnen leveren aan dezelfde markt.
    • Vrijheid is een relatief begrip:
      Iemand, die 100 ha leefruimte heeft, kan zich nog altijd gevangen voelen.
      Anderzijds zijn er mensen die hun moestuin ervaren als een concrete invulling van vrijheid.
      Het zijn dus niet de grenzen van de leefwereld, die het vrijheidsgevoel bepalen, maar de behoefte om buiten de grenzen te willen leven.
      Wie binnen zijn haalbare mogelijkheden zijn leven kan invullen zoals hij droomt of wil, heeft meest kans om gelukkig te zijn.
  • Zelfstandigheid en onafhankelijkheid
    Het zelfstandigen statuut is een geluksparameter, die dikwijls naar boven komt. Mensen worden gelukkig wanneer ze zelfstandig hun leven kunnen inrichten, iets realiseren op eigen kracht en daardoor ook ongelimiteerd mogen genieten van het resultaat van hun inzet.
    Om zo’n onderneming te realiseren, moeten ze zich eerder focussen op hun eigen zaak, en kunnen ze de gebeurtenissen rondom hun eigen zaak loslaten. Dit maakt het leven een stuk eenvoudiger. Bovendien is het resultaat duidelijker ‘eigen’, dat hen maatschappelijk zichtbaar maakt en respect afdwingt. Het is nog maar de vraag in welke mate men nog kan spreken over zelfstandigheid in een complexe maatschappij, waar men tijdens zijn levensloop continu gebruik maakt van de omgeving.

    • Bij de geboorte doet men beroep op een goed georganiseerde medische sector.
    • Jongeren worden gedurende 20 jaar (bijna) gratis opgeleid om hun volwassen rol te kunnen vervullen.
    • En als ondernemer is men afhankelijk van grondstoffen, die moeten verworven worden en klanten, die het resultaat van de inzet moeten waarderen in een aankoop of afname.
    • In de herfst van zijn leven rekent ook iedere zelfstandige op een zorgsector, die hen opvangt en helpt. Bij ieder fase van ons Westerse leven is de zelfstandigheid duidelijk te relativeren, omdat men toch beroep doet op (of op zijn minst samenwerkt met ) andere maatschappelijke actoren.
    • Het belangrijkste onderscheid met niet-zelfstandigen ligt waarschijnlijk op de focus van hun inzet: kijkt men naar de samenleving of naar de eigen onderneming. Wie geen zelfstandige is, moet veel meer rekening houden met andere mensen en moet zijn inzet daar ook op afstemmen.

1.2. Leer je kansen als ondernemer tijdig kennen.

Boeren en tuinders zijn ondernemers, ‘zelfstandigen’: ze kiezen er voor om zelf (en alleen? )een onderneming uit te bouwen.
Wie kiest om boer of tuinder te worden, kiest voor een moeilijk parcours.

Boeren en tuinders kunnen geen diploma halen, dat hen garantie geeft op succes.
Geen enkele managementopleiding geeft hen zekerheid op inkomen.

1.2.1. Passie en liefde, geloof en vertrouwen
Boeren en tuinders starten met passie en liefde voor het beroep (omdat ze dit graag willen doen) en geloof en vertrouwen dat hun keuze de juiste keuze is. Zij stappen in een risicovol beroep, omdat ze geloven dat ze het kunnen.

Mocht dit beroep garantie geven op een groot inkomen, mocht de winst op voorhand te berekenen zijn, dan zouden wellicht meer mensen deze keuze maken.
Wanneer iedereen kiest voor deze activiteit krijgen we overproductie en verdwijnt de winst voor iedereen.

Boeren en tuinders zijn ondernemers:
zij nemen een risico en hopen met hun inzet dit risico om te zetten in kansen. Deze redenering staat haaks op de managementstijl die wordt gezien als oplossing.
Managers doen de juiste dingen op het juiste moment, maar nemen uit principe geen risico’s. We hebben trouwens weinig managers gezien die ’s nachts opstaan om een ziek kalf te verzorgen of hun buitenteelt te beschutten tegen hagel.

1.2.2. De noodzakelijke competenties om succes land- of tuinbouwer te worden of te blijven geraken niet in een hoofd

1.2.2.1. Hard kunnen werken
Tijdens de vorige generaties volstond het om hard te kunnen en willen werken. Wie 365 dagen in een jaar zich focuste op zijn bedrijfstaken, kon een mooi bedrijf uitbouwen. In bepaalde gevallen zorgde dit ook voor een inkomen dat veel hoger lag dan van een werknemer, die slechts een beperkt aantal uren mag (en hoeft te werken).

1.2.2.2. Efficiënt kunnen werken
Naarmate het rendement in de sector daalde moesten boeren zich beter organiseren en efficiënt werken: bijkomende medewerkers vragen een betere werkorganisatie. Andere taken vragen een automatisering of mechanisering, waardoor het resultaat per gewerkt uur stijgt.
​We ontwikkelden een hulpmiddel om de werkdruk op een bedrijf in te schatten

1.2.2.3. Goede administratieve opvolging
The licence to produce (het recht om voedsel te mogen produceren) hangt steeds meer af van de administratieve opvolging. Het begon enkele decennia met de invoering van de BTW en de inkomstenbelasting, waardoor ondernemers moesten aantonen in welke mate ze financieel moesten bijdragen aan de maatschappelijke factuur. Geleidelijk aan groeide de administratieve druk: via vergunningen, afvalregistratie, kwaliteitsborging en andere zorgen ervoor dat er ondertussen zoveel soorten administraties zijn, dat er wellicht geen enkele bedrijfsvoorlichter in Vlaanderen nog in staat is om het te snappen, laat staan het in te vullen.
Een kleine fout in deze administratie kan nochtans het einde van het bedrijf betekenen:

  • Er lopen in Brussel meer sanspapiers rond, dan er runderen zonder paspoort in heel Vlaanderen te vinden zijn. Veehouders, die hierop betrapt worden kunnen gepenaliseerd worden in korting op hun inkomenssteun. Dit korting maakt het bedrijfsinkomen voor sommigen niet meer leefbaar.
  • Ondertussen tonen steeds meer beleidsmaatregelen dat ondernemers, die niet administratiebekwaam (computerbekwaam) zijn op korte termijn, onmogelijk verder kunnen: bij iedere fout komen ze hoger op de risicolijsten van inspecteurs en controleurs te staan: bij iedere controle vindt men wel een fout, die financieel kan worden afgestraft.

1.2.2.4. Goede financiële opvolging
Boeren en tuinders blijven ten allen tijde verantwoordelijk voor de financiering op korte en lange termijn. Naar mate de volatiliteit van de grondstoffen als van hun afgewerkte producten stijgt, is dit voor steeds meer mensen een moeilijke opdracht.
Wie een laagconjunctuur (markt) of een teelttegenslag (weer, ziekten) verkeerd inschat, krijgt problemen.

​Bovendien moet de ondernemer voldoende verdienen om zijn aflossingstermijnen tussentijds te verkorten, naarmate blijkt dat de economische afschrijving van zijn investeringen versneld wordt.
1.2.2.5. Goede technische opvolging
Naarmate de rendabiliteit van de sector daalt, dermate stijgt de perceptie dat men alleen kan overleven met technische topresultaten.

  • Hoe meer liter melk per koe, hoe meer biggen per zeug, hoe hoger de omzet per m2
  • Hoe meer dieren per ondernemer, hoe hoger de werkdruk, hoe meer men gelooft dat de enige weg is tot succes.

1.2.2.6. Voldoen aan steeds meer bijkomende maatschappelijke normen
Totaal buiten het wensenpatroon van de ondernemer, worden met de regelmaat van de klok nieuwe maatschappelijk normen opgelegd. Dierwelzijn en milieu zijn al levenslang de zorg voor de boer en tuinder. Maar na een vastgestelde fout, ontstonden op verschillende niveau nieuwe normen en eisen waaraan de boer en tuinder moet voldoen, en waarbij hij bovendien ‘en bovenop’ iedere dag moet documenteren en bewijzen dat hij goed bezig is.

1.2.2.7. Oog hebben voor gezinsleven en zelfzorg
Wie geen tijd maakt voor zichzelf en gezin, komt als ondernemer ook in problemen.
Ontspanning is een investering om het werk langer en beter aan te kunnen.
Het vergt voor veel ondernemers ‘inspanning’ om tijd te maken voor ontspanning.

Opleidingen: we leiden mensen op voor functies die nu nog niet bestaan.
Het onderwijs staat voor een grote opdracht.
Onderwijsspecialisten leggen uit dat de ontwikkeling te snel loopt voor veel onderwijsinstellingen.

  • We leiden mensen op voor jobs, die over 10 jaar niet bestaan.
  • Over 10 jaar hebben we jobs, waarvoor nu nog een opleiding voor bestaat.

Al wie zich engageert voor onderwijs en opvoeding, is hier wellicht over geschokt.

We stellen echter het zelfde fenomeen vast voor de boeren en tuinders, die 10-20 jaar geleden startten. Ook zij ontdekken nu dat de job dermate is veranderd, dat ze te weinig voorbereid zijn om te voldoen aan de huidige managementeisen.

1.2.3. Competentiemanagement
1.2.3.1. Je talenten maximaal gebruiken is gemakkelijker dan geconfronteerd worden met je gebreken.
Competentiemanagement wordt door veel mensen begrepen als

  • een analyse van noodzakelijke competenties om een job in te vullen
  • opleiding van medewerkers om aan al deze competenties te voldoen.

Dit is een intensief en duur proces.

In grote organisaties en bedrijven wordt competentiemanagement anno 2022 anders ingevuld.

  • Men maakt een competentie-analyse voor iedere job
  • Men onderzoekt over welke competenties iedere medewerker beschikt
  • en zet de best geschikte medewerker op de job die best bij hem past.

Dit bespaart de organisatie de opleidingskosten (voor zover er opleidingen kunnen gevonden worden) en behoedt de medewerker de frustratie om niet te slagen in de opleiding en hierdoor het risico te lopen om zijn job te verliezen.

Binnen een mensgerichte begeleiding concentreren we ons op de talenten en competenties van de adviesvrager en houden rekening met de gebreken in competenties, die dan moeten ingevuld geraken door gebruik te maken van de gangbare dienstverlening (boekhouders, teelttechnici en andere commerciële hulpverleners).

Wie deze competenties niet kan inkopen, loopt een risico en moet dus een andere richting op.

​We ontwikkelden zelf een competentie-analyse, uitgaande van de gangbare taken van een land- en tuinbouwer. Bij iedere taak kan de adviesvrager aangeven wat hij graag doet en wat hij goed kan. Na het invullen van een 80-tal lijntjes, kan hij zelf ontdekken welk type ondernemer hij is.
​Wie dit wil uitproberen, kan ‘Mijn ondernemerstalent‘ uitproberen.
Wie in de analyse liever alleen zijn talenten wil zien, kan ‘Boer Vol Talent’ gebruiken.

1.3.3.2. Loopbaanbegeleiding toont je kansen
Sinds eind 2013 kunnen ook zelfstandigen beroep doen op de subsidieregeling voor loopbaanbegeleiding.

Voor 40 euro (en 510 euro subsidie) krijgt de adviesvrager 8 uur begeleiding in het zoeken van zijn talenten, beperkingen, kansen en uitdagingen.
U kan er alles over lezen op de website van de VDAB.

Verder in deze publicatie gaan we dieper in op het zoeken naar rendabel werk.

1.3. Gelukkig in je relatie

Verbondenheid geeft mensen warmte en kracht om door het leven te gaan.  Relatie betekent zorg  voor mekaar.

Toch zijn er veel mensen die klagen over ‘eenzaamheid’.

1.3.1. Als alleenstaande

Naargelang de bron is 23% tot 35% van de boeren en tuinders alleenstaand. Het grootste aandeel is alleenstaande vrijgezel gebleven. Anderen zijn na een relatie terug alleenstaand geworden door echtscheiding of overlijden van de partner.
1.3.1.1. Organisatie van je leven
Wie alleenstaand door het beroep en door het leven gaat, probeert best zijn levensorganisatie aan te passen aan die situatie.

Kernidee is dat koppels competenties onder mekaar kunnen verdelen en mekaar bemoedigen bij tegenslagen. Alleenstaande boeren moeten nog meer beroep doen op externen en moeten de kracht vinden om alle tegenslagen zelf te dragen.

Dit wordt uitgebreid beschreven in onze folder over Alleen je bedrijf uitbouwen, een uitdaging.
1.3.1.2. Investeren in sociaal kapitaal
Bij het zoeken naar oplossingen ontdekten we dat veel alleenstaanden niet beschikken over een sociaal kapitaal: een netwerk waar ze kunnen op terugvallen om samen te zijn, zich gesteund te voelen, te praten of te luisteren.

We zijn nu (voorjaar 2014) aan het onderzoeken hoe dit komt , hoe dit kan voorkomen worden en hoe we het kunnen oplossen.

1.3.2. Als koppel

Ook binnen een relatie van een koppel bestaan verschillende vormen van relatie.

1.3.2.1. Communicatie tot bemiddeling
Veel relaties stoppen waar de communicatie stopt.

  • ofwel gaan we in gesprek (en desnoods discussie) om een probleem op te lossen.
  • ofwel ontlopen we  het gesprek. Dan blijft het probleem / misverstand bestaan.
    De eerste keuze is soms zo beangstigend, dan men kiest voor de tweede optie. Nochtans weet eenieder dat er op termijn een nog grotere pijn of last kan ontstaan door niet te praten.

Mensen  hebben een keuze:

  • Bemiddeling om communicatie problemen op te lossen.
    • In een aantal gevallen doen mensen beroep op bemiddeling, om problemen uit geklaard te krijgen.
      De bemiddelaar geeft iedere gesprekspartner veiligheid om uit te drukken wat hij wil en ruimte om zijn/haar belang in het dispuut te verklaren.
      De bemiddelaar zoekt manieren om de andere gesprekspartner te leren luisteren en te proberen begrijpen wat de ander zegt en bedoelt.
      Door tijd te investeren vinden mensen het verloren begrip en het gemeenschappelijke belang terug.
    • Wie denkt aan bemiddeling, doet er goed aan om eerst de succesvoorwaarden te overlopen
      • Hebben alle partijen een probleem?
      • Willen alle partijen dat dit probleem opgelost wordt?
      • Zijn er bereid om samen een neutrale bemiddelaar aan te stellen?
      • Zijn ze bereid om begrip op te brengen voor de andere partij en zich een stuk aan te passen naar een oplossing die voor alle partijen beter is?
  • Huwelijksvermogensrecht
    • Of we het nu willen of niet: in heel veel gevallen van relatieproblemen draaien discussie uit op de angst voor verlies. De angst om zakelijke rechten te kunnen verliezen maakt het gesprek extra moeilijk. Het is niet altijd de partner, die uit persoonlijk belang hierover begint: achterliggende redenen liggen dikwijls iets verder: de verantwoordelijkheid ten op zicht van de ouders (schenkers) en  van de kinderen (waar alles voor bedoeld is) maakt veel discussie scherp en pijnlijk.
    • Wie getrouwd is met een huwelijkscontract kan beter een scheidsrechter aanstellen om de boedelscheiding duidelijk te maken.
      Ook wie getrouwd is zonder huwelijkscontract (onder het wettelijk stelsel) kan deze problematiek dikwijls vrij eenvoudig laten duidelijk stellen.
      Nadat de verschillende vermogens (vreemd vermogen, eigen vermogen van iedere partner, en gemeenschappelijk vermogen, dat samen opgebouwd is) op papier staan, is er meer ruimte voor het gesprek, dat nodig was.

Hoe gaan we samen verder als koppel?

    • Hoe gaan we samen verder in gescheiden toestand, in de wetenschap dat we toch door kinderen en ervaringen verbonden blijven voor het leven?

1.3.3. In een samenuitbating

Een samenuitbating is een complexere vorm van relatie: er zijn geen 2 mensen, maar veelal 4 mensen bij betrokken, die ieder hun plaats in de samenwerking willen hebben.

Waar men in een relatie als koppel moet leren omgaan met mekaars wensen en beperkingen, is dit in een samenuitbating met 4 mensen nog een stuk complexer.  Wanneer er voldoende middelen (winst) zijn, kunnen veel problemen opgelost worden door externe dienstverlening. Wanneer die winst er niet is, zijn mensen op mekaar aangewezen en moeten ze er samen uitgeraken. Dit wordt uitgebreid uitgelegd in onze rubriek over samenuitbating.

  • Ouders blijven ten allen tijde moreel eigenaar van het bedrijf.
  • Ouders moeten van bij de start bereid zijn om verantwoordelijkheid af te geven aan de jongeren, zodat ze zich kunnen inwerken in alle belangrijke sleutelposten van de onderneming (administratie, personeelsbeheer, financieel beheer)
  • Jongeren moeten bereid zijn om van meet af zich in te verken in de moeilijke aspecten van de onderneming en de supervisie van de ouders verdragen tot ze aan ouders bewezen hebben dat ze de verantwoordelijkheid zelfstandig aan kunnen.

Een samenuitbating opstarten is een gigantische investering in voorbereidingstijd.

  • Alle startvragen moeten beantwoord zijn op papier.
  • Er is een familiecharter nodig, dat problemen kan voorkomen of helpen oplossen
  • Er is een jaarlijkse opvolging nodig van alle afspraken en cijfers, zodat iedereen weet waar hij staat en waar hij naar toe kan.
  • De beëindiging van de samenuitbating moet reeds in het opstartcontract beschreven staan : termijn, voorwaarden inzake financiële en psychosociale afwikkeling.

1.3.4. In je omgeving

Een land- of tuinbouwbedrijf is geen socio-economische entiteit op zich. Boeren en tuinders zijn niet autonoom, maar zijn continu in interactie met hun omgeving.

1.3.4.1. Ruimte en tijd zijn voor ontspanning.

  • Te lange en te ware (werk)druk zorgt dikwijls voor problemen, die soms niet meer kunnen hersteld worden.
    In onze stressbrochure worden de pro’s en contra’s van stress duidelijk omschreven.
    Mensen moeten kunnen afstand nemen van hun bedrijf en grenzen stellen aan hun inzet, om zich de volgende dag extra te kunnen inzetten.

1.3.4.2. Vriendschap: managen of zorgen?

  • Mensen die ooit eens ziek zijn, of een tegenslag hebben, hebben nood aan zorg.
  • Hoe groot is de kans dat je een carrière lang, zonder solidariteit zonder sociale zorg succesvol ondernemer blijft?
  • Velen dachten jaren lang dat alle zorg wel door de overheid zou georganiseerd worden. Nu de overheidsmiddelen onder druk komen te staan, neemt het belang van vriendschap en familie terug toe.

1.3.4.3. Collegialiteit of onderlinge concurrentie

  • Veel boeren en tuinders beseffen niet wat het belang is van goede relaties met collega’s.
    • Hoe groot is de kans dat je als eerste een bepaald specifiek probleem hebt?
  • Veel boeren geven echter aan dat hun collega’s niet durven praten over problemen.
    • Dit valt deels te verklaren om ze zelf jaren lachten met de problemen van een ander / hun collega.
    • Wie nooit vertelt over zijn dagelijkse problemen, krijgt op de duur ook geen problemen meer te horen van zijn collega. Iedereen houdt zo de schijn op dat alles piekfijn verloopt.
  • Wie durft praten over zijn problemen, ervaart dat collega’s dit probleem voorheen al oplosten.
    • Collega’s willen tonen dat ze het al weten, dat ze het al opgelost hebben en hulpen je hiervoor vooruit.
    • Door het opgebouwd vertrouwen willen mensen op de duur ook jou raad vragen en zo kunnen boeren en tuinders mekaar verder helpen.

1.3.4.4. Handelsrelaties stoppen meestal tegelijk met de handel.

  • Veel boeren en tuinders hebben onrealistische verwachtingen over hun relatie met erfbetreders.
    Staat de erfbetreder achter zijn/haar bedrijf of achter het bedrijf van de boer of tuinder?
  • Het is opvallend dat bedrijven met financiële problemen meestal verstoken blijven van de noodzakelijke voorlichting om te leren hoe je door de zware maatschappelijke opdracht van administratie kan geraken en tegelijk nog geld verdienen.
  • Voor andere oplossingen kunnen alleen de grote bedrijven terecht bij hun adviseur. Het is ook voor de erfbetreder niet meer rendabel om een ‘klein’ bedrijf te helpen bij deze problematiek.
  • De teleurstelling is dan ook zeer groot van boeren en tuinders, die niet meer geholpen worden: ze begrijpen niet waarom die kennisdragers (erfbetreders) hen niet meer komen bezoeken en ondersteunen.

1.4. Gelukkig op je bedrijf: preventie door zelfanalyse

1.4.1. Hoe ziet je bedrijf er nu uit?

1.4.2. Wat heb je al verdiend tot nu toe?

1.4.3. Is je bedrijf rendabel?

1.4.4. Kasplanning of liquiditeitsbegroting
Door alle inkomsten en uitgaven voor de volgende 12 of 24 maanden te begroten, toon je aan je bank dat je hoe je een laagconjunctuur kan overbruggen.
Bovendien leer je zo je hoe je op korte termijn de kosten kan afstemmen op de inkomsten.

1.4.5. Investeringen?
Wie wil investeren, maakt best eerst bovenstaande analyses:

  1. kwalitatieve beschrijving
  2. kwantitatieve beschrijving: solvabiliteit, waarborgen, rentabiliteit, liquiditeit.
  3. Daarna kan men beginnen met het opmaken van een investeringsplan en bijhorend financieringsplan.
    Je kan hier een rekenblad vinden.

1.4.6. Arbeidsanalyse

Veel bedrijven krijgen het werk niet rond gedraaid.
Op andere bedrijven worden de beschikbare werkuren niet efficiënt en rendabel ingezet.
Een nuchtere arbeidsanalyse en kostprijsanalyse van arbeid kan je verder helpen.

  • Familiearbeid
    ‘Sinds vader gestorven is, worden de koeien niet meer tochtig’.
  • Vrijwilligersarbeid
  • Gesubsidieerde arbeid
  • Seizoenarbeid en andere goedkope statuten.

1.5. Omgevingsanalyse

Je houdt best rekening met het snel veranderend systeem. (privé link)

Bronnen ter inspiratie:

  • Voeding als strategisch goed
    • Gilles de la Tourette
    • Vertering en gezondheid
  • Ondernemen met een blinddoek voor de ogen
    • Is de marktprijs nog het resultaat van vraag en aanbod?
      • Bewuste ondoorzichtigheid van de marktprijs
      • Vraag en aanbodgegevens onbekend
      • Rol van speculatie en termijnhandel
    • Gratis voeding om sociale onrust te voorkomen
      • Voedsel armoede of voedsel kwaliteit armoede
      • De sociale kaart :Vlaanderen heeft meer oplossingen dan problemen.
        Kijk de sociale kaart na en je vindt voor ieder probleem meerdere organisaties en deskundigen, die het kunnen oplossen.
    • Globalisering van producten en normen
      • Ongelijk speelveld inzake maatschappelijke regels en eisen
    • Succestechnieken om toch te slagen : inventief F. M. A.
  • Ethiek voor de landbouw
    • Maatschappelijk verantwoord ondernemen in praktijk.
    • Nood aan integriteit? 
    • Cum dominis edere debes omnino carere cerusa, peiora dant et comedunt meliora.
  • Zilveren hamers breken stalen deuren.

“Een start in je leven”

Een praktische gids
bij transitie

voor een beter leven
voor jezelf en je gezin

Voorwoord en verantwoordingfavicon R.A.L.F Riccy Focke

  1. Sta even stil waar je staatfavicon R.A.L.F Riccy Focke
  2. Psychosociale aspecten rond verandering
  3. Inkomen door transitie
  4. Inkomen uit rendabel werk als zelfstandige
    • Geboren als fulltime boer
    • Deeltijds boer of tuinder
    • Hefbomen
    • Bijverdienen als klusjesman
    •  
  5. Inkomen uit rendabel werk als werknemer
  6. Inkomen zonder arbeid
    • Sociale zekerheid
    • Vervangend inkomen
    •  
  7. Administratie van de verandering
    • Administratie bij stopzetting
    •  
  8. Overdracht
  9. Fiscale gevolgen
  10. Schulden vereffenen
    • WCO
      • GREO
    • Faillissement
      • Aanvragen Tijdens Faillissement
      • Rechtbank van Koophandel Gent
      • Ook bij onvermogendheid moet je zorgen voor een dading of een verschoning
      • OnbetaaldeLeverancierInFaillissement
      • regsol
      • aansprakelijkheid bij faillissement
    • Gevolgen overblijvende schulden
    • Algemene opmerkingen
    •  
  11. Een nieuw(e) (t)huis
    • Vlaams Woningfonds
    • VHM
    • SVK
    •  
  12. Sociale kaart
    • Adressen landbouw
    • Adressen Landbouw Overheidsdiensten
    • Adressen varia
    • Adressen Sociaal Statuut
    • Adressen Sociale Centra
    • Adressen Opleidingen
    • Adressen Tewerkstelling
    • Adressen huisvesting
    • Adressen Ziekte