Belasting op de toegevoegde waarde (btw)

Algemeen

Inzake btw is er voor het landbouwbedrijf de keuze tussen de algemene regeling en de bijzondere landbouwregeling.

  • Bij de algemene regeling kan je de voor het bedrijf betaalde btw terugtrekken en moet je de ontvangen btw doorstorten aan de schatkist. Hiervoor moet je per kwartaal een btw-aangifte doen, die gebaseerd is op de btw-boekhouding waarin alle aankoop- en verkoopfacturen geregistreerd zijn.
  • Bij de bijzondere landbouwregeling (forfaitair) wordt verondersteld dat de ontvangen btw overeenstemt met de betaalde btw. Hier moet je dus geen btw-boekhouding bijhouden en ook geen btw-aangifte doen.

Wanneer je bij de stopzetting of ter voorbereiding van de stopzetting bepaalde bedrijfsgoederen verkoopt, dient bekeken te worden in welke mate de btw-wetgeving hierbij komt kijken. Laat je in deze goed adviseren door jpuw boekhouder: indien bij stopzetting zoveel BTW moet terugbetaald worden, dat je in problemen komt, dan moet de stopzetting mogelijk anders georganiseerd worden of moet het bedrijf in een andere vorm verder gezet worden. Dergelijke veranderingen vragen heel gespecialiseerd advies op maat van jouw bedrijf.

Overdracht van het volledige bedrijf of een bedrijfsafdeling

Wanneer de overdracht van het landbouwbedrijf kan worden beschouwd als een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, maakt zij voor de toepassing van de btw geen levering uit (dit is art. 11 van het btw-Wetboek). Zij brengt niettemin voor de overdrager en voor de overnemer, die aan een verschillende belastingregeling onderworpen zijn, zekere regularisaties mee.
Om te kunnen spreken over een algemeenheid is het niet nodig dat ook het eigendomsrecht van de hoevegebouwen en gronden overgaat op de overnemer. Het volstaat dat deze worden verpacht aan de overnemer. Ook het behoud van enkele dieren en een beperkte oppervlakte voor privégebruik vormt geen bezwaar.

Voorbeeld

  • Als je als overlater de bijzondere landbouwregeling volgt en de overnemer de algemene regeling, dan gebeurt de verkoop best aan een prijs exclusief btw. De overdrager vraagt dan de btw aan de btw-administratie op basis van een inventaris, die in 2 exemplaren moet ingediend worden.
  • Als je als overlater de algemene regeling volgt en de overnemer de bijzondere regeling, dan gebeurt de verkoop best aan een prijs inclusief btw. De overnemer in de bijzondere landbouwregeling moet dan nog btw afdragen.
    Om achteraf problemen te vermijden spreken koper en verkoper dus best op voorhand af wie de btw zal afdragen of recupereren.
  • Als overlater en overnemer aan dezelfde regeling zijn onderworpen, worden er geen regularisaties toegepast.
    • Twee landbouwers in de bijzondere regeling verkopen/kopen aan een prijs inclusief btw.
    • Twee collega’s in de algemene regeling verkopen op basis van art. 11 zonder btw (zie boven). Er wordt wel een stuk opgemaakt, waarop duidelijk wordt vermeld dat de overdracht gebeurt met toepassing van art. 11.

Overdracht van bepaalde delen van een landbouwonderneming

Doe je afzonderlijke overdrachten die in het kader van de btw een levering uitmaken, dan moet je afhankelijk van het btw-systeem dat je volgt al dan niet btw aanrekenen.
Op de voortgebrachte landbouwproducten (bijvoorbeeld maïs, dieren enzovoort) ontvang je als landbouwer altijd 6% btw. Dit geldt zowel voor de verkoper in de bijzondere landbouwregeling, als voor de verkoper in de algemene regeling.
Op aangekochte goederen (onder andere zaaigoed en meststoffen) of investeringsgoederen (onder andere tractor) die een landbouwer opnieuw verkoopt, rekent de landbouwer in de algemene regeling btw aan, die eventueel gerecupereerd wordt door de koper die zich ook in de algemene regeling bevindt.
De landbouwer in de bijzondere btw-regeling rekent hier nooit btw aan zodat er ook door de koper in de algemene regeling niets te recupereren valt.

Opgelet: Deze regeling geldt ook voor de overdracht van quota, behalve voor melkquotum dat altijd zonder btw is (ook indien de verkoper zich in de algemene regeling bevindt).

De landbouwer in de algemene regeling, die zijn activiteit stopzet en recent btw recupereerde op investeringen, kan verplicht worden een deel van de gerecupereerde btw terug te storten.
Voor materieel is deze herzieningstermijn 5 jaar, voor gebouwen is dit naargelang het geval 10 of 15 jaar. Dit is ook het geval indien de gebouwen verhuurd worden aan een derde.
Een landbouwer in de bijzondere landbouwregeling is nooit onderworpen aan herzieningen aangezien hij nooit btw terugtrok.