1.1.1. De keuze is vrij.

In onze streken kunnen mensen nog steeds zelf kiezen of ze zelfstandige worden of niet- zelfstandige.
Alle elementen meegenomen, is deze keuze wellicht ook niet bepalend voor je geluk.

1.1.2. Geluk begint bij jezelf.

Geluk is niet meetbaar: Niemand kan zeggen dat hij perfect gelukkig is. Niemand is perfect ongelukkig.

Wanneer we geluk op een schaal zetten (of toch proberen meten), krijg je een ‘graad van geluk’.

  • Door de dingen, die ongelukkig maken, te benoemen gaat het onwelzijn /ongeluk zwaarder doorwegen.
  • Door de dingen, die je gelukkig maken, te benoemen en waarderen, gaat de kant van geluk zwaarder doorwegen.

Geluk is een gevoel dat overheerst en dat je zelf moet toelaten en zelfs cultiveren zoals je als landbouwer  of tuinbouwer doet.  .

  • Je kiest ervoor om je te focussen op de ene kant of de andere kant.
  • Je kiest er voor om je gelukskant te vergroten of je ongelukskant in het vizier te houden.

Wie zich steeds nieuwe dromen door media en voorlichting laat voorspiegelen, die onhaalbaar zijn vanuit zijn uitgangspositie, kan uit het oog verliezen hoeveel geluk hij al heeft.

Het ideaal model is de slechtste bron van inspiratie om geluk terug te vinden. Wanneer we echter kijken naar bevolkingsgroepen, die ‘duidelijk minder geluk’ hebben, vindt rapper inspiratie. Hun kracht om te genieten van wat ze nog wel hebben, toont de massa hoe eenvoudig het kan zijn om ‘geluk te vinden’.

1.1.3. Het is een illusie dat iedereen dezelfde kansen heeft in het leven

Wanneer we toch weer concreet kijken naar de voorbeelden, dan zien we dat kansen reeds bij de geboorte sterk zijn omschreven. Je erfenis van je ouders (je cognitieve intelligentie, sociale intelligentie, je opvoedingsmilieu, je fysieke gesteldheid, en niet in het minst je financiële omgeving) bepalen in grote mate je kansen in het leven.

In de eerste fase van het leven probeert de maatschappij deze verschillen te nivelleren, door gratis opleiding en training. Wie start in een bedrijf of als bedrijfsleider kan zich voorbereiden, maar gevoelige knelpunten blijven meestal levenslang. Het is een voorrecht om nog boer of tuinder te kunnen worden: de toelatingsvoorwaarden zijn een steeds grotere drempel om tot het beroep toe te treden.

1.1.4. Wie geniet van wat hij heeft, heeft meer kans op geluk

Iedereen is beperkt.
Zelfs als we naar de grote maatschappelijke voorbeelden kijken, ontdekken we meestal op termijn dat hun ideaal beeld dikwijls niet beantwoord aan de realiteit. Kampioenen in sport en ondernemerswereld hebben hun prestaties niet altijd op eigen kracht  gerealiseerd. Heel dikwijls zien we dat hun weg naar het succes minder eerlijk is verlopen dan we dachten.

Wie kampioen wil worden, moet alles van dit kampioenschap willen overnemen. Alle stress, alle risico’s, mogelijke gezondheidsproblemen, eventuele privé problemen of andere tegenslagen, die de glorie van dit succes soms in een donkere schaduw kunnen zetten.

Het enige wat je hier kan bij denken is: zou ik ook deze weg willen bewandelen en zou ik ook deze risico’s en nadelen voor mezelf, mijn gezin, mijn medewerkers willen nemen.

Niemand heeft niets.
Binnen ieders beperkingen is iedereen uniek en ook bewonderenswaardig in wat hij wel heeft of kan. Door deze elementen in het zonlicht te zetten, wordt iedere mens warm en gelukkig.

Wie rekening houdt met zijn beperkingen (wat kan ik echt niet, of doe ik echt niet graag), blijft het goede gewenste geluksgevoel behouden. Door voorzichtig  en beredeneerd te werken aan de beperkingen, kan men dan alleen nog het geluk groter maken.

1.1.5. Geld maakt niet gelukkig

maar het helpt wel.

Het ‘hebben’ van geluk kan beschreven worden in materiële en immateriële zaken. In onze maatschappij kan men met geld heel veel kopen. Van comfort tot zorg is alles in een bepaalde mate handel geworden. Niet iedereen beschikt over dezelfde middelen om deze gelukdragers te kopen. We kunnen er ons druk over maken dat de verdeling ‘oneerlijk’ is, maar ‘ongelijkheid’ is natuurlijk.

In onze maatschappij zijn er decennia waar de herverdeling van de middelen redelijk goed lukt. In andere decennia zien we de herverdeling meer en meer falen. Vooral wanneer de rijken gaan twijfelen of ze voldoende geld gaan hebben om gelukkig te ‘worden’, gebruiken ze hun kracht om nog meer geld te verwerven, om te kunnen hun geluk te kopen.

Als burger hebt je weinig invloed op de verdeling van de middelen. Als mens heb je echter wel invloed op je geluksgevoel.

Wie instaat is om ‘genoeg’ geluk als optimum te zien, vindt de kracht om zijn geluk te vergroten tot een nog beter optimum.

1.1.6. Je maatschappelijk kapitaal is wellicht belangrijker dan je geld.

In de geschiedenis zagen vele rijken hun geld ontwaarden door oorlogen en economische crisissen.  Munten worden opgericht en afgeschaft. Geld kan dermate ontwaarden dat men niet meer kan kopen wat men wil.

Sinds 2000 zien we het spaargeld bovengronds komen, als molshopen in de wintertuin. Velen investeren in landbouwgrond of onroerende goederen, omdat men gelooft dat deze waardevast zijn. De huizencrisis van in Amerika tot Nederland doen zelfs deze belegging relativeren.

Hoe groot is de kans dat je alleen een carrière lang zonder solidariteit en sociale zorg succesvol (gelukkig) ondernemer blijft?
Wie eerlijk is voor zichzelf, ontdekt dat geld op bepaalde momenten in het leven machteloos is. Wie zo’n momenten kan rekenen op onbetaalde sociale hulp van vrienden, familieleden en collega’s, staat sterker in het leven.

Wie alleen uitpakt met zijn successen en overwinningen, ervaart dit minder. Waarom zouden mensen in de omgeving iemand willen helpen, die toch heel zijn leven geluk heeft gehad. Wie helpt tijdens een wielerwedstrijd de gedoodverfde kampioen uit de wind rijden, als hij toch blijft pronken met zijn eigen kunnen en geen respect heeft voor de ploegmakkers, die hem heel de koers ondersteunden om als ploeg de finish te bereiken?

Hoe groot is de kans dat je de eerste bent (in je omgeving) met een bepaald probleem?
Wie zijn kwetsbaarheid kenbaar maakt aan zijn omgeving, ontdekt meestal dat iemand anders dit concreet probleem al eens opgelost wordt. Mensen beseffen dat het uitwisselen van oplossingen (sociale hulp) waardevoller is dan veel ‘machteloos’ geld.
Het is de kwetsbaarheid die ons bindt.

Hoeveel geld heb je nodig om alle oplossingen te kunnen kopen?
Veel mensen worstelen met het vraagstuk hoeveel geld ze moeten verzamelen om toekomstige problemen op te lossen.

Anderen hebben het ‘geluk’ dat ze meer geloven in hun maatschappelijke belegging. Zij investeren in sociale zorg voor vrienden, collega’s en familieleden. Zij kregen geen contract of zekerheid dat hun inspanningen ooit terug gecompenseerd worden wanneer ze zelf in problemen zouden komen. Ze weten dat ze de middelen die ze hierin een carrière lang investeerden, nooit meer kunnen omzetten in andere financiële middelen.

Maar hun geloof en vertrouwen op zich maakt misschien meer gelukkig dan het financieel kapitaal dat ze ooit konden verzamelen.