‘Geboren als boer of tuinder’.

  • Veel boeren en tuinders geven aan dat ze geen boer of tuinder geworden zijn, maar geboren zijn als boer en tuinder.
  • De liefde en passie voor de job, werken met plant en dier, is een roeping. De zorg om ’s nachts op te staan, in weer en wind zich in te zetten voor hun stukje natuur heeft geen rationale argumenten: dit is liefde.
    Bovendien zijn velen geboren in gezinnen, die het boerenleven boven alles stellen. Puur historisch is dit wel te verklaren. Onze regio werd in de laatste eeuwen verschillende keren geteisterd door oorlog en voedseltekort. Wie in zo’n periodes beschikt over voedsel staat sterker voor zijn gezin en krijgt ook meer respect voor zijn activiteiten en producten.
    Boeren en tuinders hebben een sterk geloof en vertrouwen dat hun beroep belangrijk is voor de maatschappij, dat hun producten waardevol zijn en dat ze met veel inzet  deze maatschappelijke rol kunnen vervullen.
  • Voor veel boeren en tuinders heb je in de  maatschappij  2 soorten mensen: de boeren en de anderen.
  • Deze gedachtegang is een troef voor wie tot de boerenstand behoort. De reglementering en wetgeving geeft speciale rechten aan voltijdse boeren en tuinders. Dit gevoel wordt ook bevestigd door de reacties op boeren, die parttime gaan werken.
  • Deze gedachtegang is dus ook een groot nadeel voor wie een andere richting opkijkt. Wie deeltijds boert, verliest dikwijls de steun van collega’s.   Het niet meer horen bij de boerenstand wordt ervaren als een verlies. De andere situatie buiten de landbouw moet dan al super interessant zijn, om de stap te kunnen zetten.

Een zelfstandige als persoonlijkheid.

  • Een bijkomend aspect in het beroep van boer of tuinder, is het zelfstandig zijn. Zelf zijn onderneming opzetten, zelf zijn producten maken en vermarkten: hiermee zelfstandig een inkomen vormen is voor boeren en tuinders belangrijk.
  • Voor het loon :

    • Veel boeren en tuinders zijn ervan overtuigd dat je als zelfstandig meer kan verdienen dan als werknemer. Er zijn hiervoor verschillende argumenten: Als zelfstandige mag je zoveel uren werken als je zelf wilt. Als werknemer worden de betaalde arbeidsuren beperkt in een CAO.
    • Een ondernemer die met zijn werk 25 euro per uur verdient, en die dit werk uitbesteedt aan een medewerker die bruto slechts 20 euro per uur verdient, kan zijn activiteiten vermenigvuldigen door het hefboomeffect van personeel. In het ultieme geval kan hij zijn ondernemersloon verdienen zonder zelf de activiteit uit te voeren: verdienen zonder werken.
      Wanneer echter zijn werk slechts 5 euro per uur opbrengt door een natuurramp, dioxinecrisis of laagconjunctuur in de markt kan best geen personeel aanwerven.
    • Als zelfstandige verwacht je naast je arbeidsvergoeding, een ondernemersvergoeding voor je management en vergoeding voor ondernemersrisico.
    • Verschillende leefkosten worden verrekend in de kosten van de onderneming: Bij de opstart van een onderneming, zien we hoe de woning soms wordt gefinancierd en terugbetaald via een investeringskrediet. Dit kan gunstig zijn zolang een zelfstandige zelfstandig blijft. Bij stopzetting van de activiteit verliest de betrokkene echter alle fiscale voordelen van een woningkrediet. Communicatiekosten en vervoer gaat dikwijls mee in de kosten van de onderneming. Bij de studie van een gemiddeld gezinsbudget in Vlaanderen, zijn veel boeren en tuinders hierover verwonderd, omdat ze deze kosten niet altijd zien als gezinskosten.
    • Wie echter de loonkosten en de netto loonopbrengsten van werknemers vergelijkt met dit van een deel van de boeren en tuinders, merkt dat velen meer zouden kunnen verdienen buiten of naast de sector dan in de sector.
  • Voor de vrijheid

    • Boeren en tuinders organiseren zelf hun tijdsindeling, nemen zelf beslissingen wat ze doen of niet doen, en kunnen vrij kiezen zonder veel rekening te houden met de afspraken zoals we dit kennen in andere bedrijfsorganisaties of werknemersstatuten.  Deze vrijheid is een belangrijke waarde.
      We leven in Vlaanderen echter in een van de meest complexe maatschappijen van de wereld. Ieder probleem in Vlaanderen is bestudeerd: ofwel zijn er oplossingen om het probleem te voorkomen ofwel er oplossingen om het probleem aan te pakken. Al deze oplossingen zijn meestal opgenomen in wetgeving, reglementering van overheid, toeleveranciers of afnemers.
      Hierdoor is er een administratiedruk ontstaan, die weinigen aankunnen. Bovendien wordt alles gecontroleerd en geïnspecteerd. Om boetes en aanslagen te voorkomen moeten boeren en tuinders zich  houden aan de wetten en reglementen. Hierdoor is het vrijheidsgevoel van de boer en tuinder voor velen al voor een stuk verdwenen.
    • ‘Gevangen als een vogeltje in een kooitje’.
      Mensen die de passie en liefde voor de job van boeren en tuinders niet delen, kunnen moeilijk begrijpen dat boeren en tuinders zich zo laten aan hun werk, de melktijden, de voedertijden, de zorg voor hun planten en dieren, de noodzaak om lange dagen te werken in een stal of in een witgekalkte serre. Evengoed begrijpen boeren en tuinders niet dat ambtenaren zich laten opsluiten in een kantoortje of bandwerkers in de industrie zich laten binden aan hun werklijn.
      Het vrijheidsgevoel wordt niet bepaald door de grenzen van je bewegingsruimte, maar door de ruimte die je nodig hebt om te doen wat je gelukkig maakt. Zolang boeren en tuinders graag doen wat ze doen, voelen ze geen beperkingen op hun bewegingsruimte en hebben ze een vrijheidsgevoel. Wanneer de liefde voor de job verdwijnt (door te laag inkomen of andere noodsituaties), kan dit vrijheidsgevoel snel verdwijnen.
  • Voor jezelf of ook voor je partner en je kinderen?

    • “Het is een voorrecht om boer of tuinder te zijn, en tot de boerenstand te behoren”. Dit gevoel zit niet alleen bij de ondernemer zelf, maar ook bij zijn partner (wanneer ze dezelfde passie en geloof heeft) en wordt doorgegeven aan de kinderen.
      Wie deels of volledig uit de job stap, heeft weinig kans om nog tot de sector toe te treden. Nochtans zijn er genoeg zelfstandigen buiten de sector die door hun carrière meer troeven (en geld) verzamelden om een bedrijf te kopen dan velen die in de sector blijven hangen.
    • Voor de partner, die de passie voor het beroep deelt, is het beroep even belangrijk: het geeft haar dezelfde status en positie in het sociaal leven. Dagelijks kunnen samenwerken met de partner is belangrijk en  biedt veiligheid.
    • Kinderen van boeren en tuinders hebben andere verhalen om te vertellen op school of in vriendenkring. Doordat veel kinderen meedraaien in het dagelijks werk kunnen ze zich onderscheiden door hun kennis: arbeidsethiek, inzet, en verantwoordelijkheidszin staan in geen enkel leerplan van het onderwijs. Kinderen van niet-zelfstandigen moeten tot hun 16 of 18 wachten tot ze deze ervaringen kunnen opdoen.  Kinderen die geloven in de stiel praten over de tractor, de dieren, de planten en hoe ze in de toekomst zelfstandig ondernemer willen zijn.

  • ls deeltijds boer / deeltijds loonwerker.
    • Hulp aan collega’s wordt wettelijk bijna onmogelijk gemaakt:
    • grote kans op boete wegens schijnzelfstandigheid.
    • Vlif-regels
    • Pachtregels
    • GLB
    • Administratieve druk wordt niet eenvoudiger als je diversiviteit in je bedrijf houdt.
    • Deeltijds als zelfstandige buiten het bedrijf, maar binnen de sector werken.
      • met je ervaring, je machines, je andere technische middelen
    • Agro-aanneming biedt een wettelijke oplossing.
    • Werken bij
      • leveranciers en afnemers,
      • eigen verenigingen of coöperaties,
      • eigen gemeente of eigen familie.
    • Administratieondersteuning van collega’s
      • administratie ordenen
      • aangiftes voorbereiden
      • kostencutter              besparingen realiseren
      • computerwerk:  administratieve verplichtingen / internetadvertenties zetten voor derden / website bouwen
      • kwaliteitshandboeken ckc, global gap, en dergelijke voorbereiden.
    • ongediertebestrijding: mollen, vliegen, muizen en ratten.
  • Als zelfstandige buiten de land- en tuinbouwsector.
    • Onderhoud van huis en tuin bij mensen met beperkte tijd en relatief meer middelen: carrièremensen en singles.
    • Werken die betaald worden met maatschappelijke gelden, worden beter, maar trager betaald.
    • Kostencutter voor particulieren.

Investeringen, innovatie en hefbomen.

In de gangbare voorlichting schrijft men meestal over investeringen en innovatie. Er is weinig aandacht voor hefbomen.
Investeringen zijn bestedingen van ondernemers, in een project op lange termijn. De ondernemer hoopt dat de investering zichzelf op die termijn terugverdient. Na de terugverdientijd begint de winst.

Een boer koopt een machine  van 100.000 euro om jaarlijks 25.000 euro arbeid te besparen, om meer productie te halen, om beter te voldoen aan de maatschappelijke ondernemersvoorwaarden. Indien de machine na de terugverdientijd nog bruikbaar is, maakt hij winst.
Vandaag is deze voorspelling redelijk moeilijk geworden, omdat het economisch klimaat snel verandert.

Een veehouder investeert in een stal, die hij in 20 jaar wil terugverdienen. Hij hoopt dat de stal hierna nog bruikbaar is of op zijn minst een restwaarde heeft indien hij zijn bedrijf zou willen overlaten. In praktijk wordt de sector meestal om de x jaar geteisterd door een crisis (dioxine, marktcrisis, technische tegenslagen), waardoor de terugverdientijd nog eens voor x jaar verlengd moet worden. Indien hij daarna zijn stal verder wil gebruiken, moet hij soms terug inzetten op renovatie of onderhoud.

Ondernemers worden ook gestimuleerd om te investeren in innovatie: dit zijn projecten, die andere ondernemers nog niet voordeden. De inschatting van de slaagkans op een innovatie is nog moeilijker.

  • Meestal is het wettelijk kader nog niet in orde en moet er zwaar ingezet worden om de innovatie vergund te krijgen.
  • Direct na de opstart moet de ondernemer meestal veel technische problemen nalopen. Hij moet zijn innovatie opvolgen.
  • Bovendien moet het financieel plan regelmatig bijgestuurd worden: een bank is wel geïnteresseerd om de basisinvestering te financieren. Maar zodra er bijkomende kosten (technische problemen, verbeteringen) zijn, vraagt de bank om deze financiering zelf te realiseren.

Veel innovatieve projecten zijn in het verleden fout gelopen:
wie de innovatie financierde met eigen spaargeld, kan dit aan. Wie de innovatie financierde met vreemd kapitaal, dreigt in de problemen te komen.

Innovatie is dus enkel weggelegd voor ondernemers met spaargeld, die het risico willen en kunnen dragen.

Hefbomen zijn rendementsverbeteringen zonder investeringen.
Door slimmer (maar niet meer) te produceren kunnen kosten beperkt worden en opbrengsten verhoogd. Dit is minder interessant voor voorlichters of vertegenwoordigers, want het brengt meestal minder verkoop op.
Boeren die echter zich consequent concentreren op deze hefbomen, hebben op de duur wél spaargeld, dat ze dan -ten gepaste tijde- kunnen inzetten op een investering om te groeien op eigen kracht of met beperkte financiering.

Algemeen:

We verzamelden een reeks tips, die je opbrengsten en kosten kunnen verbeteren.

Je kan ze lezen op in het hoofdstuk over onze persoonlijke begeleiding.

Sectorinformatie.

Voor de verschillende sectoren ontwikkelden we rekentools om de kostprijs van je product te berekenen.

Je kan ze vinden in het hoofdstuk over onze sector hulpmiddelen.  Zo zie je op welke parameters je kan werken om meer te verdienen.