In mijn loopbaan als hulpverlener voor ondernemers kreeg ik herhaaldelijk dossiers op tafel van ondernemers die slachtoffer werden van cybercriminaliteit. Sommigen van hen lezen dit bericht in alle discretie vandaag nog mee. De impact was in meerdere gevallen ronduit dramatisch; in enkele dossiers speelde dit zelfs een rol in het verlies van mensenlevens.

Wat in die periode vooral bleef hangen, was de structurele machteloosheid. Aangiftes werden geregistreerd, dossiers gekendmerkt, maar de effectieve opvolging bleef beperkt. Het parket beschikte niet over de middelen, capaciteit of instrumenten om deze vormen van criminaliteit kordaat aan te pakken.

Die realiteit is vandaag nauwelijks veranderd. Recent nog kreeg ik iemand aan de telefoon die door fraude alles kwijt is geraakt: financieel, professioneel en sociaal.

Media-aandacht is nodig, maar onvoldoende

De problematiek krijgt sporadisch aandacht in de media. Zo bericht VRT NWS recent over georganiseerde online fraude via nepadvertenties op sociale media, misbruikmakend van bekende publieke figuren. Voor wie dieper wil gaan, zijn er onderzoeksjournalistieke formats zoals Pano.

Tegelijk is er een risico op versimpeling. Door de problematiek hoofdzakelijk toe te schrijven aan buitenlandse actoren (bv. Rusland), ontstaat het impliciete narratief dat het probleem extern en dus moeilijk beheersbaar is. Dat werkt verlammend en miskent structurele tekortkomingen dichter bij huis.
Ze konden toch ook de provider Meta in de titel vernoemen?

Structureel probleem: ongelijke inzet van technologie

De kern van het probleem is niet alleen criminaliteit, maar beleidsprioritering.

  • Overheidsdiensten investeren vandaag sterk in artificiële intelligentie en datagedreven tools om:

    • controles efficiënter te maken,

    • de pakkans voor burgers en ondernemers te verhogen,

    • handhaving te optimaliseren.

  • Parketten en opsporingsdiensten daarentegen:

    • beschikken vaak niet over gelijkaardige technologische slagkracht,

    • missen geavanceerde analysetools om complexe cybercriminaliteit te detecteren en te ontmantelen,

    • blijven achter in middelen en mandaat.

Fundamentele beleidsvraag

Dit leidt tot een fundamentele vraag die zelden expliciet gesteld wordt:

Wat is het belang van beleids- en beslissingsnemers om het parket structureel machteloos te houden tegenover grootschalige en grensoverschrijdende cybercriminaliteit, terwijl de technologische capaciteit wél wordt ingezet voor controle en sanctionering van burgers en ondernemers?

Zolang die vraag niet ernstig wordt genomen, blijft cybercriminaliteit niet alleen een individueel drama, maar ook een symptoom van een falende beschermingsfunctie van de overheid.
Zou Europa iets meer kunnen zijn dan een regeltjesfabriek? 

Geen tips meer missen?

Schrijf je in op de nieuwsbrief.

Je privacy is 100% gegarandeerd.