Een faillissement van een leverancier of een afnemer is zelden een geïsoleerde gebeurtenis. Het werkt vaak als een dominosteen die andere, gezonde bedrijven meetrekt. Dit fenomeen noemen we de faillissementslawine. Hieronder leest u hoe dit proces verloopt en wat de gevolgen zijn voor de betrokkenen.

1. De Curator Neemt de Regie

Zodra een rechtbank het faillissement uitspreekt, verliest de ondernemer de zeggenschap over zijn bedrijf. Een aangestelde curator neemt het beheer van alle bezittingen en schulden over.

De eerste prioriteit van de curator is de ‘fixatie’: het veiligstellen van de boedel. Er wordt een inventaris opgesteld zodat er geen voorraden of bedrijfsmiddelen kunnen verdwijnen. Daarnaast gaat de curator direct over tot het invorderen van openstaande bedragen. Klanten van het failliete bedrijf worden gemaand om direct te betalen; de curator schuwt hierbij juridische stappen niet. Zo wordt er cash uit de markt gehaald om de schuldeisers later te kunnen betalen.

2. De Leverancier als Slachtoffer

Voor de leveranciers begint hier de pijn. Goederen die al geleverd zijn maar nog niet werden betaald, kunnen meestal niet meer worden teruggehaald. Zij blijven achter met een onbetaalde factuur en worden toegevoegd aan de lijst van concurrente schuldeisers.

Terwijl de curator alle bezittingen verkoopt om geld in te zamelen, moeten alle betrokkenen wachten. Deze procedures kunnen jaren duren, wat voor leveranciers een enorm liquiditeitsprobleem veroorzaakt: zij hebben hun geld nu nodig, niet over drie jaar.

3. De Verdeling van de Koek: De Rangorde

Wanneer de curator de opbrengsten verdeelt, gebeurt dit volgens een strikte wettelijke rangorde. De gewone leverancier staat helaas achteraan in de rij:

  1. Bevoorrechte schuldeisers: Eerst worden de overheid (fiscus en sociale zekerheid), de banken en het personeel betaald.

  2. Concurrente schuldeisers: Pas als de bevoorrechte partijen volledig zijn voldaan, komt de rest aan de beurt. Het resterende bedrag wordt ponds-ponds (naar rato van de vordering) verdeeld. In veel gevallen blijft er voor deze groep onderaan de ladder niets over.

4. Fiscale Recupereerbaarheid: de belastingbetaler

Om de schade enigszins te beperken, biedt de wet twee fiscale vangnetten voor de gedupeerde leverancier:

  • BTW-teruggave: De BTW op de niet-geïnde factuur kan worden teruggevorderd bij de eerstvolgende aangifte.

  • Fiscaal verlies: De vordering (exclusief BTW) kan als verlies worden afgetrokken van de omzet, waardoor er minder vennootschapsbelasting betaald hoeft te worden. Dit verzacht de klap, maar dekt nooit het volledige verlies.

5. Hulp en Ondersteuning

De onzekerheid en het financiële verlies kunnen een enorme impact hebben op een ondernemer.
Het is belangrijk om tijdig professionele hulp in te schakelen om de schade te beperken of een eigen faling te voorkomen.

Hebt u hierover vragen of behoefte aan begeleiding? Neem dan contact op met:

Zij kunnen uw leverancier of afnemer mogelijk tijdig uit de problemen helpen.

Geen tips meer missen?

Schrijf je in op de nieuwsbrief.

Je privacy is 100% gegarandeerd.